RIVIERENBUURT
 
info@derivierenbuurt.nl

Kunst in de buurt

In onze buurt bevinden zich ongeveer 15 kunstwerken. Een overzicht hiervan is te vinden op de Wikipediapagina van de Rivierenbuurt.

Hieronder vind je drie columns die buurtgenoot Remko Varkevisser in het verleden in onze buurtkrant heeft gepubliceerd over een aantal van deze kunstwerken, te weten die van Anno Smith, Herman Lamers en Martin Tissing.

Anno Smith

Als we het werk van Anno Ferdinand Smith niet meetellen vinden we in onze Rivierenbuurt een stuk of zeven kunstwerken. Tellen we zijn werk wel mee, dan zijn het er misschien wel honderd. “Honderd!”, hoor ik u verbaasd uitroepen, “waar zijn al die kunstwerken dan wel!?”.

Anno Smith was pottenbakker, of met een duurder woord 'keramist'. Hij werd geboren op 7 april 1915 als zoon van een Groninger kruidenier en stierf in onze stad op 14 januari 1990; hij was de jongste van acht kinderen. Op de ambachtsschool leerde hij voor timmerman. Na deze opleiding ging hij naar academie Minerva waar hij het pottenbakken leerde. Na een studiereis door Italië specialiseerde hij zich in het maken van gevelstenen, waarvan wij er in onze buurt dus nog heel wat kunnen terugvinden.

De woningbouwstichting wilde kunst dichter bij de mensen brengen. Toen de flats in de Rivierenbuurt in de jaren vijftig werden gebouwd, kreeg Anno Smith de opdracht een kunstwerk te maken voor boven elke portiekingang. Hij koos voor vrij eenvoudige afbeeldingen van dieren, bloemen of mensen. In de Lauwersstraat zien we de tekens van de dierenriem. In de Amstelstraat is niet zo'n duidelijk thema te herkennen; de twee vissen kunnen heel goed nog als horend bij de dierenriem worden herkend, maar de brandende kaars en de vogel op haar nest toch niet. In de Schelde- en de Merwedestraat worden ambachten uitgebeeld. Daarvoor maakte Smith kleine beeldjes in plaats van reliëfs. De dokter, de metselaar, de bakker, ze zijn allemaal al ruim vijftig jaar aan het werk boven onze voordeuren. De beeldjes steken verder uit de gevel naar voren, waardoor het weer er meer grip op heeft. Sommige beginnen daarvan duidelijk last te krijgen. Daar moet inmiddels nodig een restaurateur bij komen, lijkt mij.

Op de kop van de oostelijke huizenrij in de Merwedestraat vinden we een tableau uit 1955, waarschijnlijk aangebracht als een soort gedenksteen bij de afronding van de bouw. In de hal van de Talmaflat hangt een van zijn grotere tableaus. Een zeilschip vaart met fier bollend zeil de haven in.

Ook op veel andere plaatsen in de stad zijn gevelstenen van Anno Smith te vinden. Sommige daarvan zijn veel groter dan de onze. Ze sieren de gevels van scholen, fabrieken en winkels. In de loop der jaren is echter al aardig wat van zijn werk verloren gegaan. Een gevelsteen heelhuids uit een te slopen muur halen is lastig en die moeite werd vaak niet genomen. Toch zou je nog een heel aardige stadswandeling kunnen ontwerpen door zijn nog bestaande werk in een route te verbinden. 

Collages van de werken van Anno Smith zijn onder andere te vinden op Wikimedia Commons (gevelplateau's en gevelfiguurtjes).

Herman Lamers

Van Emmen tot in de stad Groningen ligt een rug van zand in het landschap: de Hondsrug. Herman Lamers (1954) woonde ten tijde van zijn afstuderen aan Academie Minerva op deze zandrug: in de Viaductstraat, de meest noordelijke straat van onze buurt. Hij woonde daar en liet zich inspireren door dat souvenir van de ijstijd. De twee beelden die van die inspiratie het resultaat zijn staan er nu 30 jaar. En ik vind ze nog steeds niet mooi.

Inderdaad hebben ze iets dat zich niet op laat lossen, iets dat niet te maken heeft met hun betekenis, maar met wat ik zie. Ik zie vormen die iets heel willekeurigs hebben, en dan een ander soort willekeurigheid dan die waarmee de natuur vormt. De keien waarmee een hunebed is gebouwd hebben een willekeurige, door natuurkrachten ontstane vorm, en toch straalt die vorm iets vanzelfsprekends uit. Die eigenschap missen de Viaductstraat-werken van Lamers in mijn ogen. Het lijkt alsof Lamers het belang van 'vorm' heeft willen ontkennen en dat toch heeft willen doen door een beeld wilde maken.

Kunst mag van mij best ingewikkeld zijn. Het is helemaal niet erg dat een kunstwerk je uitdaagt, je vraagt na te denken over zijn betekenis, of zelfs (een beetje irriteert). En wat dat betreft kom ik bij de twee titelloze eerstelingen van Lamers wel aan mijn trekken. Hij wilde iets maken dat 'niet artistiek en niet natuurlijk is'. Kan dat?

Ja natuurlijk. Zo komen de meeste gebruiksvoorwerpen tot stand. Zelfs die waarop het etiket 'design' prijkt. Maar Lamers heeft geen gebruiksvoorwerpen gemaakt. Hij heeft nagedacht over de vorm van twee beelden waarvan de enige functie is beeld te zijn. Dan ben je toch geneigd ze 'kunst' te noemen.

Ik kende geen ander werk dan de twee Viaductstraat-sculpturen van Herman Lamers. Gelukkig is er internet. Ander werk van deze kunstenaar is daarmee gauw gevonden. En als ik zie wat men elders van hem heeft staan word ik op slag jaloers. "Het bewijs van Muybridge' in Alkmaar, 'De glazen Engel' in Zwolle, ja ook de bronzen kei bij Avans Hogeschool in Breda, het zijn allemaal kunstwerken waarbij ik denk: stond dát maar hier! En ik moet mij wel sterk vergissen of zijn Pinguïns (Rotterdam), Lama (Leeuwarden) en Struisvogel (Vlaardingen) zouden veel van ons bevallen. Maar wij hebben de twee titellozen van de Viaductstraat.

Misschien moeten we Herman Lamers bij de gemeente voordragen als kunstenaar die iets gaat maken in het Dinkelpark. Om het goed te maken.

Martin Tissing

Een bijzonder en zelfs uniek kunstwerk in onze buurt is De Lierspeelster van Martin Tissing. Zij bespeelt haar instrument onder een boom bij de Widar Vrije school, een beetje verscholen eigenlijk, daar achter die heg.

Het beeld is niet alleen uniek omdat er slechts één exemplaar van is, maar ook omdat het het enige bestaande beeld van Martin Tissing is. De gemeente Groningen kocht het bronzen beeld in 1963 in de veronderstelling dat het het eerste figuur zou zijn van een groep van zes; drie muzikanten en drie luisteraars had de kunstenaar immers in gedachten. De Lierspeelster werd zo in 1963 in onze buurt geplaatst, waarna Tissing nog wel een Luisteraar maakte, maar dat beeld kwam niet verder dan een versie in gips. Die gipsen luisteraar stond nog jaren in de tuin van de kunstenaar, in Ezinge, waarvandaan hij de Lierspeelster natuurlijk helemaal niet horen kon, en is daar ook door weer en wind verloren gegaan. En zo ‘hebben’ wij nu het enige beeld van de hand van Martin Tissing. 

Maar waarom hield Tissing er na één beeld, of eigenlijk anderhalf beeld, al weer mee op? Hij kwam tot het inzicht dat hij een beter schilder dan beeldhouwer zou zijn. Dat is natuurlijk jammer voor de Rivierenbuurt. Zo’n groep van zes bronzen beelden zou onze buurt toch (nog?) mooier hebben gemaakt.